Deze zomer was ik voor het eerst in mijn volwassen leven op vakantie met de auto. Opeens veranderde ik in zo’n persoon die bij elk tankstation op de borden kijkt hoe duur de benzine daar op dat moment is. “Jeetje, 2 euro 25!” – bij de Shell in Hazeldonk.
We gingen naar het oosten van Frankrijk en dus was het logisch om via Luxemburg te rijden. De route ging helemaal van Antwerpen naar Aarlen – het Belgische equivalent van Amsterdam-Vaals. We reden lang door de Ardennen, heuvel op, heuvel af, langs borden die waarschuwden dat je niet met je auto tegen een vrachtwagen moest botsen. En langs borden die tankstations markeerden, met daaronder een klein bordje ‘Luxemburg zoveel km’. Want in Luxemburg is de benzine goedkoop.
Bij de eerste de beste benzinepomp voorbij de Luxemburgse grens sloten wij aan in de rij. We kónden nog omkeren en doorrijden naar een volgend tankstation, maar dat deden we niet. En toen waren we onomkeerbaar opgesloten tussen de andere auto’s. Links van ons klonk het geraas van de snelweg. Om de minuut konden we een stukje optrekken, daarna moest de motor weer uit. In de heggen naast ons hoorde ik de huismussen tjilpen. Zij waren de enigen die vrolijk klonken.
De club 2CV-rijders met hun schattige koekblikautootjes die we tijden eerder ingehaald hadden, stonden in de rij naast ons. Het maakt kennelijk niet uit hoe hard je rijdt of hoe modern je auto is, uiteindelijk eindigt iedereen bij de lange rij voor de benzine.

Toen waren we aan de beurt. Ik pakte mijn pinpas en rekte de slang van de pomp zo ver mogelijk uit om de tankdop – aan de andere kant van de auto – te bereiken. Er paste 20 liter in de tank, jammer dat we hem met volle tank hadden gekregen van de verhuurder. De benzine was 30 cent per liter goedkoper dan in Frankrijk. 6 euro bespaard dus.
Vervolgens reden we naar een overvolle parkeerplaats waar je 50 cent moest betalen voor een smerige wc. Voor het eerst in mijn leven leerde ik: ga nooit naar tankstation Capellen.
Later die week reden we verder, vanuit oost-Frankrijk naar Charme (een hele stomme plek, waar je allerlei saaie dingen kunt doen, samen met heel vervelende mensen, echt een afrader). Waze, onze vriendelijke reisbegeleider, bekend van de gevleugelde uitspraken “Op de rotonde, neem de tweede afslag” en “Verderop is een polisiecontrole” (onze Waze spreekt Vlaams), gaf ons twee opties: 3 uur reistijd, 400 km en 27 euro péage, of 3 uur en 45 minuten, 300 km en géén tolwegen. We kozen de optie die ons drie kwartier tijd scheelde (én die comfortabel over de snelweg ging), maar die dus ook zeker 20 euro extra kostte (Waze weet niet altijd precies de prijs van de tolwegen). Maar ook, besef ik nu, 100 km aan CO2-uitstoot extra, oftewel 5 liter benzine (7,50 euro in Luxemburg, 10 euro in Nederland). Maar het was dus wel veel relaxter rijden met cruisecontrol over de péage dan continu via rotondes door pittoreske (oftewel vervallen) Franse dorpjes.
Tijdens de rest van de vakantie bleef ik de benzineprijzen controleren. Ik ontdekte ook dat je nooit moet tanken bij het laatste tankstation voor de Nederlandse grens (Minderhout), want daar betaal je veel meer dan in de rest van België, de wc’s zijn er ook al smerig én ze verkopen er nota bene kroketten!!
Toen kwamen we thuis en ging ik schrijven over deze vakantiebeleving. Dat autorijden ons een heel nieuwe dimensie van Je Je Druk Maken Om Dingen heeft gegeven. Als je met de trein gaat, dan heb je al dit soort keuzes niet. Dan koop je gewoon een ticket, liefst zo ver mogelijk van tevoren, want dan zijn ze het goedkoopst. Maar als dat niet lukt, dan is dat wat het is. (In plaats daarvan mag je je druk maken om vertragingen, overvolle stations en sjouwen met je bagage – maar dat allemaal even terzijde.)
Op vakantie hebben we zo’n 1800 km gereden, wat (dankzij zuinig rijden) zo’n 90 liter benzine heeft gekost. Waarom we niet elektrisch reden? Omdat we naar Frankrijk gingen en vreesden voor te beperkte laadinfrastructuur. Omdat onze reis dan – inclusief het wachten bij laadpalen – nog langer had geduurd.
Maar in relatie tot Extinction Rebellion, wegblokkades etc, werd ik toch aan het denken gezet. En dat leidde tot het volgende soort-van-gedicht:
Was het het waard?
Het geld dat we hebben bespaard
De tijd die we hebben besteed
Toen de auto wél of niet reed
Vakantie met de auto, het leek zo’n goed idee
We dachten aan benzine, maar niet aan CO2
We dachten aan tijd, we dachten aan geld
Maar niet aan dat wat geen tankstation vermeldt
Al die mensen in Luxemburg, ze stonden in de rij
Voor brandstof, voor minder euro’s, zo ook wij
We bespaarden euro’s en investeerden tijd
Maar raakten wéér een stuk van het klimaat kwijt
Ik besefte pas thuis – veel te laat
Vakantie kost tijd, geld én het klimaat
